Skip to content

Proeven

"Als je goed om je heen kijkt, zie je dat alles gekleurd is." (K. Schippers)

Economisch koken is bij mij net zo’n terugkerend fenomeen als de grote schoonmaak. Je gaat een dag rigoreus met vuilniszak en zwabber door het huis, flikkert alles wat je niet meer nodig hebt (en meer) weg, sopt dingen waarvan je nooit had gedacht dat ze uberhaupt vies konden worden en als je daarna nog energie overhebt was je de gordijnen. Het is een investering in je toekomst. Na zo’n grote beurt is het een kwestie van met een beetje discipline de boel bijhouden om eeuwig voort te leven in een stralende VT Wonen huis waarin je altijd alles kunt terugvinden. Zo ook het het Economisch Koken. Met een beetje creativiteit en wat planning maak je een einde aan het leven met voedselrestjes…

Economisch koken is bij mij net zo’n terugkerend fenomeen als de grote schoonmaak. Je gaat een dag rigoreus met vuilniszak en zwabber door het huis, flikkert alles wat je niet meer nodig hebt (en meer) weg, sopt dingen waarvan je nooit had gedacht dat ze uberhaupt vies konden worden en als je daarna nog energie overhebt was je de gordijnen. Het is een investering in je toekomst. Na zo’n grote beurt is het een kwestie van met een beetje discipline de boel bijhouden om eeuwig voort te leven in een stralende VT Wonen huis waarin je altijd alles kunt terugvinden. Zo ook het het Economisch Koken. Met een beetje creativiteit en wat planning maak je een einde aan het leven met voedselrestjes. Het is goedkoop, je eet uitsluitend nog gezond en vers en je reduceert je ecologische voetafdruk in een keer tot maatje ieniemienie. Nooit meer voorgesneden groenten, individuele porties en saus uit zakjes. Vergeet E-nummers en kant-en-klaar. Met huisgemaakte bouillonnetjes, ingemaakte groenten, chutneys en zelfgedraaide worsten schitter je als Jamie en Nigella samen. Zaterdag aan het eind van de middag doe je goede zaken op de markt: kilo’s halfrot fruit tover je om tot wintervoorraden jam en limonade. Ranzige kool wordt opeens weer vers als je ‘m verder laat rotten tot zuurkool. En in geblutste tomaten herken jij de verse tomatensaus en zelfgemaakte ketchup. Het gaat vaak een tijdje goed. Totdat je bij de grote schoonmaak zakken met oude graten, uitgelopen bietjes en slijmerige bonen tegenkomt in de koelkast. Om nog maar te zwijgen van de weckpotten met beschimmelde “dronken” abrikozen en gemarineerde gegrilde paprika (maaaaanden houdbaar in een goed afgesloten pot) die je achterin het keukenkastje aantreft. Bij mij begint een vlaag van economisch koken vaak met de zak winterpenen uit de groentenla. Ik gebruik nooit meer dan een halve peen voor pastasaus of soep, maar ik koop natuurlijk een hele zak, want dat is relatief goedkoper. De rest laat zich prima verwerken tot wortelcake, succes verzekerd!

Wortelcake nodig voor 1 cakeblik: 250 gr wortelen – 200 gr zelfrijzend bakmeel – 2 eieren – 150 gr suiker – 150 gr boter – 1 tl kaneel – 1/2 tl kruidnagel – 1/2 tl nootmuskaat – 80 gram gepelde walnoten optioneel: 50 gr roomkaas – 50 gr poedersuiker – 25 gr gesmolten boter – zest van 1 of 2 sinaasappels – verse gember of stemgember – citroengras Wortelen raspen, boter smelten, walnoten roosteren in een droge koekenpan. Boter, eieren en suiker romig roeren en met de wortelrasp goed doorkloppen. Meel, zout, kruiden en noten toevoegen. De cake wordt zo al heel erg lekker, maar je kunt ook losgaan met nog meer resten: met verse gember en/of citroengras die over zijn van een Oosterse maaltijd maak je de cake verrassend pittig. Met zest van de sinaasappels van de zondagse jus d’orange maak je een frisse variant. Hazelnoten, rozijnen, amandelen, citroenzest, stemgember, cocos, gedroogde abrikozen… het kan allemaal. Voor een minder kruidige variant laat je nootmuskaat en de kruidnagel weg. Bak de cake in een ingevet blik 60 minuten op 175 graden (oven voorverwarmen). Test met een breinaald of sateprikker of de cake gaar is: prik de naald tot op de bodem, als hij er schoon uitkomt is het goed. Hou je van mierzoet, of vind je het gewoon leuk om cake mooi te versieren, dan roer je de optionele boter, roomkaas en poedersuiker tot glazuur waarmee je de cake bestrijkt. Nog mooier is het dan om de cake in een lage ovenschaal te bakken (de baktijd wordt dan iets korter) en hem in petit four-blokjes te snijden. De cake met glazuur laat je 15 min. opstijven in de koelkast. Helemaal af maak je het met gesuikerde sinaasappelschilletjes: sinaasappelschil (met niet te veel wit) in dunne reepjes snijden, schilletjes met suikerwater (evenveel water als suiker, bijv. 1 dl water met 100 gr suiker) zachtjes laten koken tot het suikerwater stroperig is geworden. Schilletjes in een zeef laten uitlekken, flink wat poedersuiker erover strooien (anders krijg je een grote stroperige klont) en op keukenpapier laten drogen.